Als kind leerden we al dat bidden spreken is met God. Bidden is: met je vragen en verdriet, je noden en angst én met je blijdschap en dankbaarheid naar God gaan. God en mens kunnen in het gebed dicht bij elkaar komen. Ja, als er gebeden wordt kunnen we spreken van een persoonlijke relatie van God met de bidder. Een mooie omschrijving van bidden komen we tegen in 1 Samuël 1:15. Daar lezen we hoe Hanna in het heiligdom vurig bidt om een kind. Hanna zegt dan tot Eli: "Ik ga gebukt onder een zwaar verdriet en stort mijn hart uit bij de HEER.” Dat is een diepe omschrijving van het gebed: je hart uitstorten voor God. Ook vandaag wordt er door velen gebeden: in een persoonlijk gebed 's morgens bij het opstaan of 's avonds voor het naar bed gaan, op scholen, aan het begin en einde van een vergadering, voor en na het eten, in de kerk, midden op de dag of in de ‘stille tijd’ enz. Toch zijn er vandaag ook velen die zich afvragen of het zin heeft om je vragen, zorgen en dankbaarheid aan God voor te leggen. Zij zijn verlegen met het gebed en hebben vragen als: hoe moet je bidden?, waar mag je wel en waar niet voor bidden? En: hoort God mij eigenlijk wel?, tegen wie heb ik het eigenlijk als ik bid? Of men heeft het gevoel dat de dingen toch niet veranderen als je bidt. Het gevolg hiervan is dat velen niet meer (kunnen) bidden, omdat ze de zin ervan niet meer inzien. Maar heeft bidden dan geen zin? Als gelovige zeg ik: zonder het persoonlijk contact met God zou ik niet kunnen, dan verschraalt mijn geloof helemaal. Wel is zeker: er is wel geloof nodig om te kunnen bidden. Geloof dat wij kinderen zijn van onze hemelse Vader, die ons nabij is gekomen in zijn Zoon Jezus Christus. Dit geloof doet mensen volharden in het gebed, ook als de hemel gesloten lijkt. Ook in de Bijbel worden wij telkens opgeroepen om te bidden. Denk aan Jesaja die zegt: “Zoek de HEER nu Hij zich laat vinden, roep Hem terwijl Hij nabij is”(Jes.55:6).
Verhoring
Verhoort God al onze gebeden? Dat is een veelgestelde vraag. Velen hebben moeite met bidden omdat zij zich afvragen of God wel verhoort. Dat God naar ons hoort kunnen velen zich nog wel voorstellen. Maar verhoort God mijn gebeden dan ook? Velen merken daar weinig (of niets) van. Je bidt en je bidt, maar de verhoring blijft uit. Goed, het is begrijpelijk dat God je gebed niet verhoort wanneer je vraagt om bv. een luxe vakantiereis. Maar dat God ons gebed niet verhoort wanneer we vragen om de genezing van iemand die ons lief is, daar hebben we moeite mee. Of wanneer we bidden om bijzondere kracht van God voor iets spannends, en het mislukt toch, daar hebben we moeite mee. Op zo'n moment vragen sommigen zich af: heeft bidden wel zin? Verhoort God wel? Toch zegt Jezus over het verhoren van het gebed belangrijke dingen. In Matteűs 7:7-12 lezen we: "Vraag (Bid) en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan. Want ieder die vraagt ontvangt, en wie zoekt vindt, en voor wie klopt zal worden opengedaan. Is er iemand onder jullie die zijn kind, als het om brood vraagt, een steen zou geven?.... Als jullie dus, slecht als jullie zijn, je kinderen al goede gaven kunnen schenken, hoeveel te meer zal jullie Vader in de hemel dan niet het goede geven aan wie Hem daarom vragen!” Jezus zegt hier dat een gebed verhoord wordt: “Wie bidt ontvangt!” Maar hoe moeten wij dit uitleggen als onze intense gebeden om bv. genezing niet verhoord zijn (zoals wij het wensen). We moeten vaststellen dat we niet altijd direct een antwoord krijgen, en dat God niet altijd verhoort zoals wij het wensen. We kunnen vaststellen: God gaat in dit alles zijn eigen weg. En geloven betekent ook: erop vertrouwen dat God met ons -ook al zien wij dat niet direct- een goede weg gaat. Nee, we hebben niet overal een antwoord op, er blijven naar ons gevoel veel gebeden onverhoord, maar straks (bij God) zullen we het begrijpen. “Nu is ons kennen nog onvolkomen, maar straks zullen wij ten volle kennen, nu zien wij nog door een spiegel in raadselen, maar straks, eens, van aangezicht tot aangezicht” (1 Kor.13:12). Eens zullen wij een antwoord krijgen op deze vragen. Als wij op deze wijze aankijken tegen de verhoring van een gebed, dan kan het gebed ons helpen om de (zware) weg die wij moeten gaan aan te kunnen. Verhoring kan dan ook zijn: de bereidheid ontvangen om die weg te gaan. Ik denk hierbij aan het gebed van Jezus in Getsémané (Matt.26:36-46). Jezus is duidelijk bedroefd en erg angstig. Maar in zijn gebed tot God leert Hij de zware weg naar het kruis te aanvaarden. En Jezus krijgt van God ook de kracht om zijn moeilijke weg te voltooien. Verhoring betekende voor Jezus op dat moment dat Hij kwam tot aanvaarding van het onvermijdelijke. En zo kan de vrucht van het gebed dus zijn dat wij de weg die wij moeten gaan leren aanvaarden, wetende dat we eens (in Gods heerlijkheid) zullen begrijpen waarom het zo moest gaan.
Ora et labora
Nog iets wezenlijks is er te zeggen met betrekking tot de verhoring. Als wij bidden, dan betekent dat dat wij daaruit wel de consequenties moeten trekken. Want wordt een gebed om bv. gerechtigheid niet krachteloos als wijzelf niet metterdaad opkomen voor wat recht is? En veronderstelt het bidden om vrede niet dat wij zelf uit alle macht aan vrede werken? En vraagt het gebed voor de zieken niet dat wij hen opzoeken of ons medeleven op een andere wijze tonen? Nee, we kunnen niet zomaar vrijblijvend bidden, we zullen er dan ook aan moeten werken. Ora et labora, bid en werk, zeiden de Benedictijnse monniken tegen elkaar. En leerde Jezus ons ook al niet: “Vergeef ons onze schulden gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.” Het is duidelijk: ondanks dat wij niet voor de verhoring kunnen zorgen, is bidden geen vrijblijvende zaak: bij bidden hoort doen!
Onderdelen
Wij menen nogal eens dat het gebed vooral bedoeld is om onze vragen en verlangens aan God voor te leggen. Maar wanneer we de Bijbel erop naslaan dan wordt duidelijk dat bidden allerminst beperkt blijft tot vragen. In de Bijbel wordt immers gesproken over: roepen, aanroepen, klagen, zuchten, danken, zegenen, zich in aanbidding neerwerpen, prijzen. Denk maar aan de Psalmen. In het gebed zijn een aantal elementen herkenbaar die we vaak tegenkomen. Het zijn in zekere zin de grondvormen van het gebed.
- In de eerste plaats denk ik dan aan het danken. In onze dank maken wij aan God duidelijk dat wij ons leven zien als een geschenk. Door God te danken voor alle goede dingen die ons ten deel vallen en voor Zijn liefdevolle nabijheid laten wij blijken dat wij al deze dingen niet vanzelfsprekend vinden. Bij het bidden (vragen) tot God hóórt ook het danken. Niet voor niets zegt Paulus in Fil.4:6: "Laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God.”
- De tweede grondvorm van het gebed is de voorbede, het gebed voor anderen. In het gezamenlijk gebed en het persoonlijk gebed mag de voorbede niet ontbreken. Het is wezenlijk om de ander, ja heel de wereld in Gods zorg aan te bevelen. Jezus leert zelfs: “Bid voor wie jullie vervolgen”(Matt.5:44). En Jakobus zegt: “Laten we (in de gemeente) voor de zieke bidden en hem met olie zalven in de naam van de Heer”(Jakobus 5:14).
- In de derde plaats is het gebed ook een oefenschool, waarin ons de weg wordt gewezen. Door het gebed kan ons duidelijk worden wat de weg is die wij moeten gaan. We ontdekken dan welke weg God met ons wil gaan. Bidden kan ons helpen om in het leven de goede keuzes te maken. Denk aan Psalm 86:11 "Leer mij Here uw weg, opdat ik in uw waarheid wandele."
- Een vierde grondvorm van het gebed is de schuldbelijdenis. Wij mensen zijn immers steeds weer geneigd om bij God vandaan te lopen, om onze eigen weg te gaan, ver van God en de naaste. Het is goed om deze gebrokenheid van ons telkens weer aan God voor te leggen en Hem te vragen om vergeving. Daarom beginnen we ook in de kerkdienst met het gebed van schuldbelijdenis (toenadering). Wie zijn schuld voor God belijdt, zal ook merken dat God ons door zijn zoon Jezus Christus telkens weer met zijn genade tegemoet komt. Denk maar aan de bekende woorden uit 1 Johannes 1:9 "Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig om onze zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid". Ja, het is een zegen om je schuld te belijden, zegt David in Psalm 32: “Toen beleed ik U mijn zonde…en U vergaf mij mijn zonde, mijn schuld” (vers 5). “Gelukkig de mens wiens ontrouw wordt vergeven…” (vers 1).
- En dan noem ik u nog een vijfde element van het gebed: de klacht. In de Psalmen komen nogal eens mensen aan het woord, die het water tot aan de lippen staat. In zo'n toestand kun je bijna alleen nog maar uit de diepte om hulp roepen (Psalm 130). Bidden krijgt dan de vorm van een klacht, een aanklacht, van protest, van zuchten of huilen. Denk ook aan Psalm 22: “Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten? U blijft ver weg en redt mij niet” (vers 2). Het is goed dat ook hiervoor ruimte is in het gebed, omdat wij God niet serieus zouden nemen als we ook onze diepste angst, moeite en vertwijfeling voor Hem zouden verzwijgen. God wil immers alles van ons horen. Het gebed hoeft ook niet allemaal even mooi en vroom te zijn, als het maar écht is.
Wanneer, waar en welke houding
Bidden is iets wat je eigenlijk op elk moment, op elke plaats en in elke houding kunt doen. De behoefte om tot God te bidden kan immers zomaar bij je opkomen. Het kan zomaar bij je opkomen om je zorgen en vreugden met God te delen. Maar naast deze impulsieve, plotselinge gebeden tot God is het ook van belang om in je leven bewust ruimte te maken voor het gebed, om jezelf geregeld aan te zetten tot het spreken met God. Een zekere discipline is daarbij onmisbaar. Als je in je leven serieus ruimte wilt maken voor het gebed kunnen een aantal dingen van belang zijn. Denk maar aan de ruimte waarin je wilt bidden of aan het tijdstip waarop je wilt bidden en denk ook maar aan de lichaamshouding die je aanneemt tijdens het gebed. Deze drie elementen zijn alle drie niet onbelangrijk. En het kan goed zijn om hierover afspraken te maken met jezelf.
- In de eerste plaats over het moment wanneer je wilt bidden: bij het opstaan, voor en/of na de maaltijd, voor het slapen gaan. Ook in de Bijbel is sprake van diverse tijden voor het gebed. Psalm 3 is een morgengebed, Psalm 4 een avondgebed. En Daniël bidt driemaal per dag voor zijn open venster in de richting van Jeruzalem. En velen trekken zich voor of na het ontbijt, of juist ’s avonds voor het slapen gaan terug om tot God te bidden en te lezen.
- Naast afspraken met jezelf over het tijdstip waarop je bidt, is het ook goed om te zoeken naar een ruimte, naar een plaats, die je concentratie op het gebed bevordert. Voor de één is dat de slaapkamer, voor de ander de huiskamer en voor de volgende de studeerkamer.
- Van belang voor de concentratie tijdens het gebed is ook de lichaamshouding. Wij zijn gewend om zittend of geknield en gebogen te bidden en onze handen te vouwen. Dat is een prachtige symboliek: het verbeeldt onze overgave en onze nederigheid. Een andere gebedshouding is staande, met de handen ter hoogte van de schouders naar boven gekeerd, de zgn. orantenhouding. In de Bijbel komen we ook verschillende gebedshoudingen tegen. Abram ligt op de grond als smekeling voor God (Gen.17:3), Mozes staat met uitgespreide handen (Ex.9:29) en Salomo knielt ten aanschouwen van de hele gemeente neer, terwijl hij zijn handen naar de hemel heft (2Kron.6:13). Jezus pleit ervoor niet zodanig te bidden dat daardoor de aandacht wordt getrokken. In Matteűs 6:5-8 vraagt Hij ons niet opvallend (“op elke straathoek”) te bidden, maar in het verborgene. Hoe dan ook, het is goed om iedere dag tijd te nemen voor God in het gebed.
Vormen
Nu nog enkele opmerkingen over de vorm van het gebed. Het meest vertrouwd is de gesproken vorm, hetzij door iemand persoonlijk uitgesproken die alleen is, hetzij bij monde van iemand die voorbidt in een gezelschap, hetzij om en om in een kring, hetzij dat allen samen de woorden uitspreken, zoals bv. het Onze Vader. Een tussenvorm in de gemeente is dat één het gebed verwoordt en dat anderen dat steeds bevestigen door te antwoorden: Heer, onze Heer, wij bidden U, verhoor ons. Naast de gesproken vorm van het gebed moet ook het lied genoemd worden. Het liedboek is immers min of meer een gebedenboek. Denk aan de Psalmen, maar ook aan vele gezangen: "Wij bidden U, Algoede, wil altijd ons behoeden" (Lied 863:5). De kracht van het lied is dat je er lichamelijk en emotioneel direct bij betrokken bent: de muziek gaat door je heen en neemt je mee naar God. Ook zingend, alleen, in de huiselijke kring of samen met de gemeente, bidden en danken wij God. Als het om bidden gaat kunnen we ook nog denken aan de stilte. Stil-zijn, de stilte ervaren is niet hetzelfde als bidden, maar het is wel een belangrijke voorwaarde ervoor. De stilte kan immers de weg naar God openen, het kan je ontvankelijk maken voor God, het kan je gedachten bepalen bij God, en zo kun je dan komen tot een stil gebed, waarbij je je gedachten, vragen en dank voorlegt aan God. Door de stilte kun je tot God komen. Denk aan Psalm 62: "Mijn ziel is stil tot God mijn Heer".
Veilige haven
De kerkvader Hieronymus (4e eeuw) spreekt over het gebed als over een veilige haven. Een mooie gedachte. Want het gebed, persoonlijk, in huiselijke kring of in de kerk wil ook een veilige haven zijn. Een plek waarin je je even kunt terugtrekken, een plaats om op adem te komen, een gelegenheid om je hart uit te storten voor Gods aangezicht - je hart vol van dankbaarheid of bitterheid, vol geloof of twijfel, vol zorgen en zonden. Al biddend zijn we bij God welkom, altijd. Ja, het gebed is een veilige haven, van waaruit we steeds weer het leven kunnen ingaan.
Tenslotte
Hopelijk draagt dit artikel bij tot een goed gesprek op het groothuisbezoek. U/jij bent van harte welkom! Op de bijeenkomsten zelf worden de gespreksvragen uitgedeeld. Wij hopen en bidden op bemoedigende en opbouwende groothuisbezoeken. Graag tot ziens.